Stilistische middelen
Alfabetisch overzicht van de stijlmiddelen voor het eindexamen Latijn.

Argumentatieve begrippen
Uitlegvideo over argumentatieve begrippen:
Stijlmiddelen
Interactieve flashkaarten (BookWidgets)
afgebeelde
Het eerste element van een vergelijking: de persoon/zaak die vergeleken wordt.
alliteratie
Gelijkheid van beginmedeklinkers bij twee of meer woorden die dicht bij elkaar staan.
anafora / repetitio
De herhaling van een tekstelement aan het begin van opeenvolgende (delen van) zinnen of versregels.
antithese
Het dicht bij elkaar geplaatst zijn van inhoudelijk tegengestelde begrippen.
asyndeton
De opeenvolging van twee of meer tekstelementen zonder verbindingswoord.
beeld
Het tweede element van een vergelijking: de persoon/zaak waarmee vergeleken wordt.
chiasme
De kruisgewijze plaatsing van grammaticaal en / of inhoudelijk gelijkwaardige tekstelementen.
climax
Een reeks van tenminste drie tekstelementen met een steeds sterker wordende inhoud.
enallage
De verbinding van een bijvoeglijk naamwoord met een ander zelfstandig naamwoord dan waarbij het qua betekenis past.
eufemisme
De weergave van een negatief geladen begrip door een verzachtende aanduiding.
hyperbaton
De uiteenplaatsing van woorden die een grammaticale eenheid vormen: deze eenheid wordt onderbroken door een tekstelement dat niet bij de woordgroep hoort.
hyperbool
Overdrijving.
litotes
De ontkenning van een begrip waardoor het tegendeel benadrukt wordt.
metafoor
Een vorm van beeldspraak waarbij alleen het beeld genoemd wordt (dus zonder 'als', 'zoals', 'gelijk aan', et cetera).
metonymia
De vervanging van een woord door een ander woord uit hetzelfde betekenisveld.
paradox
Een schijnbare tegenstrijdigheid.
parallellisme
Het verschijnsel dat twee of meer zinnen of zinsdelen dezelfde structuur hebben.
personificatie
Een vorm van beeldspraak waarbij levenloze dingen, voorwerpen of abstracties als levende wezens worden voorgesteld of eigenschappen daarvan toebedeeld krijgen.
pleonasme
Het aan een begrip toekennen van een kwalificatie die reeds in het begrip zelf besloten ligt.
polysyndeton
De opeenvolging van twee of meer tekstelementen binnen een zin die telkens door een nevenschikkend voegwoord met elkaar verbonden zijn.
retorische vraag
Een vraag waarbij het niet de bedoeling van de vragensteller is dat er een antwoord gegeven wordt.
sententia
Een algemeen geldende uitspraak.
tautologie
Het nevenschikkend herhalen van een begrip in andere woorden.
tertium comparationis / punt van overeenkomst
Het derde element van een vergelijking: het aspect waarin het afgebeelde en het beeld overeenkomen.
tricolon
Een opsomming die bestaat uit drie delen.
vergelijking
Vorm van beeldspraak waarbij afgebeelde en beeld beide worden genoemd (dus met 'als', 'zoals', 'gelijk aan' et cetera).